fbpx

“Wil je naar de kapper?” Nee! “Wil je je haar laten groeien?” Ja! Duidelijke keuze dus van onze peuterdochter. Maar ik vraag dit al sinds ze kunnen praten. Toen het kleine dreumesjes waren. En zoonlief zei altijd “ja!” en dochterlief zegt al een paar jaar “nee”. En daar doen we het mee!

Kijk, ik ben stiekem best blij hoor, dat onze zoon zijn haar wil laten knippen. Want hij heeft megastijl en dun piekhaar. En dat staat in een langer kapsel gewoon wat minder fraai. Had hij dezelfde krullen als zijn papa of zijn zus, dan was de opluchting hoogstens minder groot geweest. Want: hoe dan ook zijn eigen keuze.

Waarom nu al zelf kiezen?

Ooit las ik een blog of post op social media van een moeder die vond dat zij niet ging over het uiterlijk van haar kinderen. Dat als ze hun haar wilden laten groeien, dat zij dat zelf mochten beslissen. Ik dacht meteen: JA! Mijn ouders vinden dat “niet raar, gewoon alleen heel bijzonder”. Ik voelde direct, dit ga ik ook doen. En tot op de dag van vandaag sta ik erachter. En ja, zoals ik al zei… ik ben stiekem wel een beetje blij dat mijn zoon elke twee maanden “ja” antwoordt op de vraag: “Wil je naar de kapper?”.

Ook aan mijn dochter vraag ik het. Zij zegt al 2 jaar: “laten groeien”. Ook helemaal prima. Al zou ik er inmiddels graag een stukje af laten halen in de hoop dat haar mooie krullen nog meer in de krul schieten 😉 Maar ik ga daar niet over. Zij kunnen dat prima zelf beslissen. Ook niet of er wel of geen staart in dat lange haar moet, dat altijd in haar gezicht waait. Ik houd niet van kriebelige haren in mijn gezicht. Een lang los kapsel is drie keer niks voor mij, binnen no time zit het in een staart. Maar voor ons peutermeisje wel hoor. Die is er helemaal okee mee. Doe je een staartje in haar haar, dan ligt het elastiek er binnen vijf minuten weer uit. Soms lukt het oma (onder het mom van ‘vreemde ogen dwingen’ of aangepast gedrag?), maar zodra ze dan thuis is, gaat het er meteen uit. I love it!

Autonomie

Autonomie is één van onze peilers in het ouderschap. Maar misschien zegt het je niet direct iets. Daarom even ‘autonomie in een notendop’.

De autonomie van een kind bestaat uit 3 dingen:

  • lichamelijke integriteit: eigen lijf waar die* de baas over is, recht op eigen ruimte, alleen zijn als die het aangeeft
  • psychologische integriteit: je kind laten voelen wat die voelt en denken wat die denkt zonder oordeel/analyse van volwassene
  • verantwoordelijkheid: de ruimte om zelf beslissingen te nemen, nee mogen zeggen, zichzelf als autonoom te mogen ervaren (de nee-fase bij peuters is een uiting van hun behoefte aan autonomie, heel natuurlijk en logisch dus!)

Ieder kind heeft recht op eigen twijfels, geheimen en onzekerheden. Zoals we niet ongevraagd de kamer van onze kinderen moeten betreden, moeten we ons ook niet ongevraagd met de psychologische wereld van onze kinderen bemoeien.

Lastige kinderen? Heb jij even geluk, Berthold Gunster (p. 239)

Hoeveel volwassenen moeten leren ‘nee zeggen’? Lees je altijd een hoop over. Grenzen aangeven, grenzen bewaken, nee leren zeggen, niet over eigen grenzen heen gaan (lees: burn-out!). Hebben ‘wij’ dat niet geleerd van onze ouders? Ik denk oprecht dat de generaties voor ons echt op een andere manier in het ouderschap stond dan wij nu. Kan alleen voor onszelf spreken, want ik denk dat er ook veel generatiegenoten zijn die zich niet in onze visie kunnen vinden. Maar ik vind autonomie dus ontzettend belangrijk. Geen verplichte kusjes aan opa’s en oma’s. Zelf kiezen of ze zelf

Wat wij proberen te doen is ze ook zelf verantwoordelijkheid te geven over hun keuzes, de verantwoordelijkheden die wij denken dat ze aankunnen. Dat betekent zelf dingen kiezen, zoals hun kapsel, maar ook wat ze eten als ontbijt. Zelf kiezen of ze een zwaai, hand, kus of knuffel willen geven bij het weggaan. Ze hoeven ook niet hun bord leeg te eten (buik vol = vol) en mogen groente die ze niet willen laten liggen (wanneer ze van andere groentes wel genoeg eten, ‘goed voor hun lijf zorgen‘ en altijd nieuwe dingen even proeven). Zo houdt peuterdochter echt niet van champignon en komkommer. En peuterzoon juist wel. Prima! Kleding zelf kiezen doet dochterlief al sinds jaar en dag, ik weet niet eens meer wanneer ik kleren nog zonder haar inmenging aantrok. En ik hoef ook niet meer zomaar wat te shoppen zonder toestemming, want dan trekt ze ‘t gewoonweg niet aan. Eigenwijs? Misschien. Weten wat ze wil? Ja! Houden zo! Klikt alsof we onder de plak zitten van onze kinderen he? Kan ik me voorstellen dat je dat denkt. Maar ook hierbij geldt: autonomie! Lichamelijke integriteit in dit geval. Wie ben ik om te zeggen wat zij aan moet? Ik laat me tenslotte ook niet vertellen wat ik aan moet trekken ‘s ochtends. Dat was echt even een mindshift die wij moesten maken als ouders. Samenwerken, begeleiden en voorleven in plaats van opvoeden en opleggen. Kan er nog pagina’s over volschrijven, maar dat bewaar ik voor een andere keer.

Géén gaten boren

Overigens mogen ze geen gaten in hun lijf laten boren of tattoos laten zetten, ook niet als ze dat NU graag willen. Ook niet omdat het hun lijf is 😉 Dat soort permanente ‘body alterations’, aanpassingen aan je lijf die je niet meer terug kunt draaien de rest van je leven, zijn geen dingen waar je op je derde al over kunt beslissen, vind ik. Dat mag als ze 16 zijn (en tattoos liever nog iets later ;)). Ik vind oprecht dat je daar als ouder niet over mag beslissen. Ik ben een meisje dat géén gaatjes in haar oren wil. Ik ben HEEL BLIJ dat ik het op mijn achtste niet van mijn moeder niet mocht. Pas als ik 12 was. Toen ik twaalf was wilde ik ze helemaal niet meer. Nu ik 32 ben never nooit. Dus dankje mam! Soms is het fijn als dingen voor je besloten worden als je daar zelf de gevolgen nog niet van in kunt zien 😉

*) ik gebruik i.p.v. hij/zij bewust het ‘neutrale’ die om te oefenen, om het eigen te maken. Het is even wennen, maar het andere alternatief ‘hun’ krijg ik echt m’n bek niet uit, dat vind ik zo niet kloppen grammaticaal, dat ik voor die kies.